Overgewicht

Overgewicht

Vraag 1

Is er een relatie tussen de inname van suiker en overgewicht?

Antwoord

Er is in Nederland geen directe samenhang tussen de hoeveelheid suiker die we innemen en overgewicht.

De inname van suikers is gelijk gebleven sinds de jaren tachtig. Maar het aantal volwassenen met overgewicht in Nederland is flink gestegen: van 33% (jaren tachtig) naar 48% (2012).  Het aantal mensen met ernstig overgewicht steeg zelfs van 5% naar 12%.

Voor meer informatie: www.kenniscentrumsuiker.nl

Vraag 2

Waar word je dik van?

Antwoord

Overgewicht ontstaat als de inname van calorieën (voeding) groter is dan het calorieverbruik (beweging).

Zowel het eten van voedingsmiddelen met een hoge energiedichtheid als het gebruik van grote porties levert veel calorieën. Daarnaast is het belangrijk om dagelijks lichamelijk actief te zijn, onder andere om calorieën te verbranden. De Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) adviseert matig intensieve inspanning voor 30 minuten per dag voor volwassenen (voor minstens 5 dagen per week). Voor mensen met overgewicht ligt de norm hoger: tenminste 60 minuten per dag. Die norm geldt ook voor kinderen tot en met 18 jaar.

Voor meer informatie:
www.kenniscentrumsuiker.nl

Vraag 3

Wat is belangrijker, meer bewegen of minder eten?

Antwoord

Zowel voldoende bewegen als een gebalanceerd voedingspatroon zijn belangrijk voor de gezondheid en een gezond lichaamsgewicht.

Minder eten zorgt er voor dat iemand minder calorieën binnen krijgt, terwijl meer bewegen zorgt voor een hoger calorieverbruik. Iemand valt af wanneer het calorieverbruik groter is dan de calorie-inname, ongeacht of dit komt door meer bewegen, minder eten of beide. Voldoende bewegen bevordert voor iedereen trouwens de gezondheid en kwaliteit van leven, ook als men er niet van afslankt. Regelmatig matig intensief bewegen (zoals fietsen, stevig wandelen) verlaagt het risico op hart- en vaatziekten, diabetes type 2, botontkalking, dikke darmkanker en borstkanker.

Voor meer informatie:
www.kenniscentrumsuiker.nl

Vraag 4

Wie hebben in Nederland vooral te kampen met een te hoog gewicht?

Antwoord

Vooral mannen (maar ook vrouwen) en ouderen hebben een te hoog gewicht.

Uit onderzoek (2012) blijkt dat  53% van de mannen en 44% van de vrouwen te zwaar is. Mannen hebben vaker overgewicht dan vrouwen, bij vrouwen komt ernstig overgewicht (obesitas) meer voor. Van de mannen heeft 11% obesitas, van de vrouwen 14%. Overgewicht en obesitas nemen toe met de leeftijd en komen vaker voor bij mensen met een lager opleidingsniveau.

Voor meer informatie:
www.nationaalkompas.nl

Vraag 5

Is er nog behoefte aan suiker nu er zoveel light-producten te koop zijn?

Antwoord

Ja, suiker heeft namelijk een unieke smaak en specifieke functionele eigenschappen, waardoor vervanging vaak heel moeilijk is.

Voor vloeibare producten kan suiker vaak vervangen worden, maar gaat gepaard met verandering van smaak en mondgevoel. Moeilijker (vaak onmogelijk) is de vervanging van suiker in vaste producten. Suiker zorgt namelijk ook voor volume, bruining, structuur en karamelisatie. Deze eigenschappen hebben zoetstoffen niet. Caloriearme alternatieven voor suiker lijken zeer gewild, maar tot op heden blijken zoetstoffen beperkt toepasbaar en hebben vaak bij- of nasmaken. De zoete smaak van suiker is nog steeds uniek.

Voor meer informatie:
www.suikerinfo.nl

Vraag 6

Is suiker een dikmaker?

Antwoord

Wel een zoetmaker, maar geen specifieke dikmaker.

Overgewicht ontstaat als iemand via de voeding meer calorieën binnenkrijgt dan hij (door lichaamsbeweging) verbruikt. Het maakt niet uit of het teveel aan calorieën afkomstig is van koolhydraten, waaronder suiker(s), van vet, eiwitten of alcohol. Zo bevatten alle koolhydraten per gram 4 kcal, evenals eiwitten. Vet daarentegen bevat 9 kcal per gram en alcohol 7 kcal per gram. Suiker is dus geen specifieke dikmaker, maar een teveel aan suiker is niet wenselijk. Het gaat om de totale hoeveelheid calorieën, die in balans moet zijn met het energieverbruik. Het is belangrijk een gezonde basisvoeding te gebruiken, zoals volop groente, fruit en volkorenproducten. Naast die basisvoeding is er, afhankelijk van leeftijd en geslacht, 200-400 kcal over voor het eten of drinken van “extra’s”, zoals hartige snacks, zoete snacks en met suiker gezoete (fris)dranken.