Actueel

Actueel

juni 2017

Koolhydraten, vetten en lichaamsgewicht

Lees meer

Energieverbruik en verlies van vetmassa zijn hoger bij diëten hoog in koolhydraten en laag in vet vergeleken met diëten hoog in vet en laag in koolhydraten. Dat blijkt uit een recente meta-analyse van 32 gecontroleerde onderzoeken, waarin koolhydraten en vet isocalorisch (met eenzelfde hoeveelheid calorieën) werden uitgewisseld. 

In de 32 meegenomen onderzoeken, zaten in totaal 563 proefpersonen en de hoeveelheid koolhydraat varieerde van 1-83% en de hoeveelheid vet van 4-84% van de totale calorie-inname. De hoeveelheid eiwitten en calorieën was gelijk in de geïncludeerde onderzoeken. In de laagvetdiëten was het gemiddelde energieverbruik gemiddeld 26 kcal per dag hoger dan in de hoogvetdiëten. De laagvetdiëten scoorden gemiddeld ook hoger wat betreft vetverlies; 16 gram per dag meer dan bij hoogvetdiëten. Het effect is echter zo klein dat het fysiologisch niet relevant is. Maar de resultaten zijn tegenovergesteld van wat het populaire ‘koolhydraat-insulinemodel’ voorspelt; namelijk dat koolhydraten specifiek dikmakend zouden zijn omdat ze zorgen voor de afgifte van insuline, wat de vetopslag stimuleert en het energieverbruik zou verminderen. Een calorie is dus gewoon een calorie wanneer het aankomt op lichaamsvet en energieverbruik onder deze omstandigheden.

Lees hier meer informatie over het onderzoek.

mei 2017

Foodweken NPO 3: That Sugar Film

Lees meer

Naar aanleiding van de NPO 3 Foodweken zendt de zender donderdag 1 juni 2017 ‘That Sugar Film’ uit. Deze documentaire was vorig jaar te zien in de Nederlandse bioscopen en toont hoe Australische acteur Damon Gameau twee maanden lang op een suikerrijk voedingspatroon leeft. Een korte reactie op deze film.

De film in het kort: Damon Gameau leeft voor twee maanden op een suikerrijk voedingspatroon. Dit houdt in 40 theelepels (160 gram) aan fructose en/of sacharose (suiker). Voor, tijdens en na afloop van het ‘experiment’ worden onder andere zijn lichaamsgewicht, buikomtrek en leverwaarden gemeten. Twee maanden later is Gameau ruim 8 kilo aangekomen.

Meer dan alleen suiker

Het voedingspatroon van Gameau is niet alleen rijk aan suikers, hij eet daarnaast geen groente meer, geen (gezonde) vetten en minder eiwitten. Ook dwingt hij zichzelf zo tot het extreme, dat hij moet overgeven. Het spreekt voor zich dat een dergelijk voedingspatroon ongezond is, dit heeft niet alleen te maken met de grote hoeveelheid suikers.

Dikker met minder calorieën?

Gameau komt in twee maanden tijd ruim 8 kilo aan. Hij zegt echter niet meer calorieën te hebben gegeten dan voorheen, waarschijnlijk zelfs iets minder. Ook zou zijn fysieke activiteit hetzelfde zijn gebleven. Je kunt echter onmogelijk minder energie innemen, net zoveel verbranden en toch ruim 8 kilogram aankomen in twee maanden.

Fructose

Gameau zet fructose in de film weg als dé boosdoener. Fructose komt van nature voor in fruit, honing en groente. Daarnaast bestaat kristalsuiker voor 50% uit fructose. Ook de meeste suikersiropen bestaan voor ongeveer de helft uit fructose. Gameau’s leverwaarden verslechterden tijdens het ‘experiment’ en wezen op leververvetting. Daarnaast verhoogde het vetzuurgehalte in zijn bloed. Snelle gewichtstoename zoals bij Gameau gebeurde, zorgt voor negatieve gezondheidseffecten en overgewicht is sterk geassocieerd met niet-alcoholische leververvetting. Wat betreft de gezondheidseffecten van fructose: hier is veel onderzoek naar gedaan. Grote hoeveelheden fructose (meer dan 20 procent van de energie-inname of meer dan 100 gram per dag) kan leiden tot negatieve gezondheidseffecten. Een matige fructoseconsumptie (30-60 gram per dag) past in een gezond voedingspatroon. In Nederland ligt de gemiddelde inname van fructose 49 gram per dag.

Onze volledige reactie op That Sugar Film hebben wij vorig jaar op kenniscentrumsuiker.nl geplaatst.

april 2017

Geen bewijs voor ‘suikerverslavingsmodel’ bij overgewicht

Lees meer

Suiker- en voedselverslaving zijn termen die vaak worden gebruikt in populaire media. Suiker zou verslavend zijn en op die manier overeten stimuleren. Onderzoekers van Maastricht University onderzochten of studenten (n=1495) ‘verslavingsachtige symptomen’ ervaren bij de consumptie van diverse hartige en suikerrijke voedingsmiddelen. En komt dit wellicht vaker voor bij suikerrijke producten? Ze betrokken bij hun onderzoek ook een mogelijke relatie met de BMI en depressie.

Hun conclusie: suikerrijke voedingsmiddelen (zoals snoep, frisdrank) dragen minimaal bij aan ‘voedselafhankelijkheid’ en een verhoogd risico op gewichtstoename. Voedingsmiddelen rijk aan vet en suiker/eiwit (kaas, worst en chocola, gebak) waren wel gerelateerd aan voedselafhankelijkheid en overgewicht. 

Achtergrond

Hoewel voedsel- suikerverslaving in de media dan wel veel gebruikte termen zijn, is de wetenschappelijke consensus dat er onvoldoende bewijs is dat voedingsstoffen - met uitzondering van alcohol - verslavend zijn. In 2013 bracht NeuroFAST, een onafhankelijk samenwerkingsverband tussen Europese universiteiten en onderzoeksinstellingen, een consensusverklaring uit.

Bekijk ook ons informatieve filmpje over suikerverslaving.

maart 2017

Suikerconsumptie Australië neemt af, overgewicht neemt toe

Lees meer

De consumptie van suikers en van suikerhoudende dranken daalde de afgelopen jaren in Australië. Tegelijkertijd steeg het aantal mensen met overgewicht aanzienlijk. Dit blijkt uit onderzoek van professor Brand-Miller (verbonden aan de Universiteit van Sidney) en dr. Alan Barclay.  

Beschikbaarheid toegevoegde suikers en zoetstoffen

De beschikbaarheid van toegevoegde suikers en zoetstoffen is met 16% gedaald van 152 gram per dag in 1980 naar 127 gram per dag in 2011. De prevalentie van obesitas steeg in diezelfde periode met 80%.    

Nationale voedselconsumptiepeilingen

Ook nationale voedselconsumptiepeilingen laten een daling zien. De inname van toegevoegde suikers bij volwassen mannen daalde met 18% van 72 gram per dag in 1995 naar 59 gram per dag in 2011-2012. Bij vrouwen bleef de inname gelijk. In hetzelfde tijdsbestek daalde het aandeel van de energie-inname uit suikerhoudende dranken (inclusief sappen) met 10% bij volwassen mannen en 20% bij vrouwen.

Nationale verkoopcijfers van boodschappen

Nationale verkoopcijfers van boodschappen lieten zien dat per hoofd van de bevolking inname van toegevoegd suikers uit frisdrank daalde met 26% tussen 1997 en 2011 (van 23 naar 17 gram per dag).

Lees hier meer informatie over het onderzoek. 

februari 2017

Nederlanders eten weinig ‘verborgen suikers’

Lees meer

In de nieuwsbrief van Foodwatch van 21 februari 2017 is te lezen dat ‘de winkelschappen vol liggen met mierzoet eten’. Naast snoep, koek en snacks zijn ook in maaltijdsalades, vleeswaren, beschuit, hartige sauzen, brood en vele andere producten suikers toegevoegd. Ze zouden er voor zorgen dat we onbewust veel meer suikers binnenkrijgen dan gewenst. Uit recent onderzoek van Wageningen University – gebaseerd op gegevens uit de laatste Voedselconsumptiepeiling (2007-2010) van het RIVM – blijkt dat deze ‘verborgen’ suikers maar een kleine bijdrage leveren aan de inname van suikers. Gemiddeld 4,1 gram per dag. Dat is de hoeveelheid van één suikerklontje ofwel een slokje appelsap.

Met de term ‘verborgen suikers’ bedoelen ngo’s, suikers die zijn toegevoegd aan producten waarvan de consument het niet direct verwacht. De EU verplicht fabrikanten om alle toegevoegde suikers specifiek te vermelden op het etiket. Suikers zijn dus nooit verborgen in een product.

Fabrikanten gebruiken 'verborgen suikers' onder meer in soepen, sauzen, vleeswaren en hartige snacks. De suikers helpen bijvoorbeeld om de juiste, kleine hoeveelheid geur- of smaakstoffen tijdens het productieproces toe te voegen. Deze suikers hebben zo een technologische functie. Een bakker voegt bijvoorbeeld een beetje suiker toe om brooddeeg te laten rijzen. Dit brood bevat per 100 gram, 2 tot 3 gram suikers. Per boterham is dat 0,7 tot 0,9 gram suikers.

Vergelijk dat maar eens met ketchup. Deze saus bevat naar verhouding veel suikers (25 gram per 100 gram). Een derde van die suikers komt uit de tomaten zelf. De overige suikers zijn toegevoegd om de zure smaak te neutraliseren en de wateractiviteit te verlagen. Twee derde valt onder de term ‘verborgen suikers’. Eén eetlepel ketchup levert 6,2 gram suikers maar Nederlanders eten gemiddeld niet veel ketchup.

De Wageningse onderzoekers hebben vastgesteld dat ‘verborgen suikers’ gemiddeld minder dan 1 procent (0,7 procent) van de totale hoeveelheid calorieën leveren. Het overgrote deel (92 procent) van de inneming van toegevoegde suikers wordt geleverd door ‘zoete’ producten als frisdrank, cake en koek, sap, suiker en snoep. Dit zijn producten waarvan de onderzoekers aannemen dat de consument de aanwezigheid van suikers hierin verwacht.

Lees meer over dit onderzoek op de website van het Kenniscentrum suiker & voeding

november 2016

De JUISTE feiten over SUIKER op een rij

Lees meer

Het Diabetes Fonds start deze maand een campagne, waarbij ze zich specifiek richten op minder suiker. Wij onderschrijven de noodzaak om overgewicht en diabetes in Nederland terug te dringen. Daar hoort een verminderde calorie-inname, waaronder die uit suikers, bij. We zien echter dat er veel verwarring over suiker bestaat. Om die reden zetten wij een aantal feiten op een rij. Deze zijn gebaseerd op de wetenschappelijke consensus.

De totale suikersinname in Nederland is stabiel, het aantal mensen met overgewicht is in dezelfde periode fors gestegen.  

De eerste Voedselconsumptiepeiling (VCP) liet zien dat Nederlanders in totaal gemiddeld 128 gram suikers per dag aten in 1987, in de periode 2007-2010 (laatste VCP) was dit 122 gram per dag. Dit zijn alle suikers samen: toegevoegde én de van nature aanwezige. In diezelfde periode is het aantal mensen met overgewicht fors gestegen. In 1981 had 33% van de Nederlandse bevolking overgewicht, in 2015 was dit 50%. 

Nederlanders halen gemiddeld minder dan 1% van de energie-inname uit ‘onbewuste suikers (verborgen suikers)’. Dit komt neer op ~4,1 gram per dag.

Het advies van de WHO − om minder dan 10% van de energie-inname uit vrije suikers te halen − is alleen gebaseerd op het voorkomen van tandcariës. De WHO kwalificeert de bewijslast voor deze richtlijn als ‘matig’.

Vrije suikers zijn suikers die zijn toegevoegd en suikers in fruitsappen. Suikers uit fruit, groente en melk vallen hier niet onder. In Nederland halen we gemiddeld 14% van de energie-inname uit vrije suikers. 

Suiker komt van nature voor in groente, fruit en honing. Melk bevat van nature melksuiker.

Van nature aanwezige suikers zijn exact hetzelfde als toegevoegde suikers zoals die in koekjes en gebak. Het lichaam behandelt ze dan ook precies hetzelfde. In Nederland wordt kristalsuiker gewonnen uit suikerbieten.

Het type suiker en de totale hoeveelheid suikers in een product staan altijd duidelijk vermeld op het etiket.  

De totale hoeveelheid suikers in een product is altijd terug te vinden op de voedingswaardetabel van het etiket onder ‘koolhydraten, waarvan suikers’. Daarnaast staan de specifieke suikersoorten op de ingrediëntenlijst vermeld. Dit is een wettelijke verplichting.

Suiker is niet verslavend.

Dat blijkt uit een consensusrapport van NeuroFAST, een samenwerkingsverband van 13 Europese universiteiten en onderzoeksinstellingen, gefinancierd door de Europese Unie.

Minder suiker betekent niet altijd minder calorieën.

Suiker is een bulkvormer in vaste producten. Haal je suiker eruit, dan zal er dus iets anders voor in de plaats moeten komen. Suiker bevat, net als alle andere koolhydraten 4 kcal per gram, vetten bevatten 9 kilocalorieën per gram.

Suiker is geen specifieke risicofactor voor het ontwikkelen van diabetes.

Het verband tussen de totale inname van suikers en het risico op diabetes mellitus type 2 is niet eenduidig. Wel adviseert de Gezondheidsraad om zo min mogelijk suikerhoudende dranken te drinken. Dit zijn frisdranken en fruitsappen. Zij vonden namelijk een samenhang tussen de inname van suikerhoudende dranken en het ontwikkelen van diabetes type 2.

Suiker is geen specifieke risicofactor voor hart- en vaatziekten of leververvetting.

Overgewicht is een belangrijke risicofactor voor het ontstaan van hart- en vaatziekten en leververvetting. Uit het uitgebreide rapport van de Engelse Gezondheidsraad blijkt dat er geen verband is tussen suikerinname en hart- en vaatziekten. Ook is er geen effect van suikers op het cholesterolgehalte en de bloeddruk.

oktober 2016

Suikers

Lees meer

In september 2016 publiceerde professor J. Cooper, voorzitter van de wetenschapscommissie van het Institute of Food Science and Technology (IFST), een overzichtsartikel met onder andere functionele en voedingskundige aspecten van suikers op de website van IFST. Hieronder leest u een korte samenvatting.

Achtergrond

Suikers zijn koolhydraten die van nature aanwezig zijn in melk, boomsappen, fruit en groenten. De term ‘suikers’ wordt gebruikt om mono- en disachariden aanwezig in de voeding te omschrijven. De meest gebruikelijke monosachariden in de voeding zijn glucose, fructose en galactose. Disachariden die het meest voorkomen zijn sacharose (tafelsuiker of kristalsuiker [red.]), maltose en lactose.

Waar komen suikers voor?

Suikers komen van nature voor in verschillende vormen en combinaties. Glucose, fructose en sacharose zijn aanwezig in veel fruit en groenten. Glucose en fructose komen beide voor in honing en lactose in melk. Sacharose kennen de meesten als kristalsuiker en wordt op industriële schaal uit suikerbiet- of riet gehaald. Het wordt veel gebruikt in de levensmiddelensector en farmaceutische en fermentatiesector.

Eigenschappen van suikers

In de publicatie bespreekt Cooper verschillende functionele eigenschappen van suiker, zoals zoetheid, textuur, kleur, conservering en fermentatie. In tal van producten speelt suiker een belangrijke functionele rol, naast het geven van een zoete smaak aan het product.

Wetgeving en etikettering

Afhankelijk van de eigenschappen (zoals puurheid en kleur) van verschillende suikers worden ze bij wet onderscheiden. Fabrikanten moeten zich bij de etikettering van suikers houden aan bepaalde regels. De term ‘suiker’ bijvoorbeeld mag alleen geëtiketteerd worden als het gaat om gezuiverde en gekristalliseerde sacharose (oftewel tafelsuiker) met specifieke eigenschappen. En suikers moeten zij declareren op de productverpakking als ‘Koolhydraten – waarvan suikers’.

Herformulering

Met herformulering probeert de fabrikant de functionaliteiten van suikers te vervangen met andere ingrediënten. Er bestaat geen suikervervanger die alle functies van suikers kan vervangen. Daarom worden verschillende ingrediënten gebruikt om een specifieke functionaliteit in een product te verkrijgen. In veel geherformuleerde producten worden meerdere ingrediënten gebruikt om suikers te vervangen. Dit kan leiden tot meer etikettering en waarschuwingen op verpakkingen over de aanwezigheid van de alternatieve ingrediënten. Vaak verwachten consumenten een verlaging in calorieën door verlaging van de hoeveelheid suikers. Dit is niet altijd het geval doordat er meer aanpassingen aan het product gedaan moeten worden om bepaalde producteigenschappen, zoals smaak en textuur, te behouden.

Interesse in het hele artikel? Ga naar: http://www.ifst.org/knowledge-centre/information-statements/sugars

augustus 2016

Te zware Britten halen meeste energie uit vet

Lees meer

Britse onderzoekers vonden een sterker verband tussen zwaarlijvigheid en de totale inname van energie, dan tussen zwaarlijvigheid en de inname van afzonderlijke energieleverende voedingsstoffen (vetten, koolhydraten en eiwitten). Te zware Britten eten van elke energieleverende voedingstof meer dan Britten op normaal gewicht, maar halen de meeste energie uit vet en de minste uit suikers. Dit blijkt uit een grootschalig data-onderzoek onder 132.479 Britten, uitgevoerd door onderzoekers van de University of Glasgow (VK).

Personen die te zwaar waren namen 11,5% meer energie in dan deelnemers op normaal gewicht. Het verband tussen BMI (een maat voor zwaarlijvigheid) en de inname van vet was het sterkst en tussen BMI en inname van suikers het minst sterk. Wanneer de onderzoekers rekening hielden met de hoeveelheid energie uit deze voedingsstoffen, vonden ze zelfs een negatief verband tussen inname van suikers en BMI.

Conclusie

Te zware Britten hebben een hogere inname van suikers dan hun landgenoten op normaal gewicht, maar procentueel gezien dragen suikers het minst (en vet het meest) bij aan de totale energie-inname. Volgens de onderzoekers is er dus geen sprake van een specifiek dikmakend effect van suikers en kan de huidige focus op suikers in het volksgezondheidsbeleid afleiden van de noodzaak om de totale energie-inname terug te dringen. Volgens hen kan het zelfs leiden tot een hogere inname van vet (door vervanging van suikers door vetten).

 

mei 2016

That Sugar Film

Lees meer

Sinds november 2014 draait That Sugar Film in Australië en sinds mei 2016 ook in de Nederlandse bioscopen te zien is. In de film schakelt de Australische acteur Damon Gameau 2 maanden lang over op een suikerrijk voedingspatroon, dat dagelijks 40 theelepels (160 gram) aan fructose en/of sacharose levert. Hij consumeert geen frisdrank, snoep of koek, maar producten waar je het volgens hem niet in verwacht. Bijvoorbeeld gezoete magere yoghurt, gesuikerde muesli en vruchtensappen. Gameau zegt gedurende die 2 maanden net zoveel te sporten als voorheen. Na afloop van het ‘experiment’ is Gameau 8,5 kilogram zwaarder, is zijn vetpercentage met 7% gestegen en is zijn leverfunctie verslechterd. De precieze gegevens over Gameaus voedingsinname en zijn fysieke activiteit worden niet getoond of besproken in de film.   

Meer dan alleen een suikerrijk dieet

Gedurende de hele film wordt de hoge suikerinname verantwoordelijk gehouden voor de waargenomen effecten. Maar het voedingspatroon is in zijn geheel anders. Zo eet Gameau naast een grote hoeveelheid suikers, geen groente meer, geen (gezonde) vetten en minder eiwitten. Daarnaast dwingt hij zichzelf zo tot het extreme, dat hij ook moet overgeven. Gameau komt 8,5 kilogram aan in 2 maanden. Dat een dergelijk eenzijdig en hypercalorisch voedingspatroon ongezond is, spreekt natuurlijk voor zich.

Dikker met minder calorieën is onmogelijk

In de film komt Gameau 8,5 kilogram aan in 2 maanden, maar zegt niet meer calorieën te hebben gegeten dan voorheen, waarschijnlijk zelfs iets minder. Zijn fysieke activiteit zou hetzelfde zijn gebleven. Je kunt echter onmogelijk minder energie innemen, net zoveel verbranden en toch 8,5 kilogram aankomen in 2 maanden. Uit een meta-analyse van Te Morenga en collega's van 12 onderzoeken blijkt dat, anders dan de film doet suggereren, suiker geen specifieke dikmaker is. Ooik is de inname van suikers in Nederland al sinds de eerste meting in 1987-1988 stabiel, terwijl het aantal mensen met overgewicht in dezelfde tijd sterk is gestegen. Dat betekent niet dat suiker niet kan bijdragen aan overgewicht, maar het weerlegt de suggestie dat suiker dé oorzaak is van het huidige overgewichtsprobleem. 

Fructose en leververvetting

Gameau zet fructose in de film weg als dé boosdoener. Er is veel onderzoek gedaan naar de effecten van fructose op de gezondheid. Hieruit blijkt dat grote hoeveelheden fructose (> 20 procent van de energie-inname / >100 gram per dag) kan leiden tot negatieve gezondheidseffecten, maar dat een matige fructoseconsumptie (30-60 gram per dag) past in een gezond voedingspatroon. In Nederland ligt de gemiddelde inname van fructose op 9 procent van de energie-inname, ofwel 49 gram per dag.

Kijk voor onze volledige reactie op kenniscentrumsuiker.nl 

maart 2016

Voedingscentrum lanceert nieuwe Schijf van Vijf

Lees meer

Op 22 maart 2016 presenteerde het Voedingscentrum de nieuwe Schijf van Vijf. Het voorlichtingsmodel bestaat net als voorheen uit vijf vakken: groente en fruit; smeer- en bereidingsvetten; brood, graanproducten en aardappelen; zuivel, noten, vis, vlees, ei; dranken. Met behulp van de Schijf van Vijf kunnen Nederlanders gezonde(re) keuzes maken naar eigen smaak en voorkeur. 

Belangrijkste veranderingen

In het eerdere voorlichtingsmodel uit 2004 stonden productgroepen er nog in zijn geheel in: alle groente en fruit, alle zuivel, alle vlees, etc. Deze productgroepen waren vervolgens ingedeeld in voorkeurs-, middenweg- en uitzonderingsproducten. In het nieuwe model staan alleen nog voedingsmiddelen die de meeste gezondheidswinst opleveren.

Voedingsmiddelen binnen de schijf

Het advies maakt verschil tussen voedingsmiddelen in de Schijf van Vijf en die daarbuiten. Het Voedingscentrum adviseert dat 85% van de energie wordt geleverd door voedingsmiddelen in de Schijf van Vijf. Dit zijn voedingsmiddelen die voorzien in de behoefte aan essentiële voedingsstoffen. Of een voedingsmiddel in de Schijf van Vijf staat is gebaseerd op de volgende criteria:

  • het advies in de Richtlijnen goede voeding 2015;

  • de samenstelling met betrekking tot verzadigd vet, transvet, voedingsvezel, zout en suiker;

  • de bewerkingsgraad (de mate waarin door de producent bewerkingen of toevoegingen zijn gedaan);

  • productgroepspecifieke overwegingen, zoals verzadiging (vaste vs. vloeibare voedingsmiddelen) en tanderosie (light frisdrank).

In de Richtlijnen Schijf van Vijf worden de criteria en keuzemogelijkheden voor iedere productgroep nader toegelicht.

Voedingsmiddelen buiten de schijf

Naast de ruimte binnen de Schijf van Vijf (85%) is er beperkt ruimte (circa 15% van de dagelijkse energie) voor voedingsmiddelen buiten de schijf. Er zijn drie soorten producten die niet in de schijf staan:

  1. Producten die geen of een negatieve bijdrage leveren aan een gezonde voeding, zoals snoep en snacks;

  2. Producten waarvan de Gezondheidsraad aangeeft dat deze vervangen moeten worden door andere producten of sterk beperkt geconsumeerd moeten worden;

  3. Producten die op basis van de productgroepspecifieke criteria (verzadigd vet, transvet, zout, suiker en/of te weinig vezel) buiten de Schijf van Vijf vallen.

Het Voedingscentrum spreekt hierbij over ‘dagelijkse keuze buiten de schijf’ (zoals zoet broodbeleg, koekje, stukje chocolade) en ‘wekelijkse keuze buiten de schijf’ (zoals bewerkt vlees, witte pasta, suiker- en vetrijke toetjes). Producten die aan de criteria voor energie, verzadigd vet en zout voldoen komen in de ‘dagelijkse keuze’-categorie, de overige producten komen in de ‘wekelijkse keuze‘-categorie. Daarnaast adviseert het Voedingscentrum: als je zwaarder bent, eet dan minder niet-schijf-producten en kleinere porties.

Voor meer informatie over het nieuwe voorlichtingsmodel, kijk hier

Of lees het volledige nieuwsbericht op onze website.