Latest news

Latest news

May 2019

Reactie op “Nationale Suiker Challenge 2019” van het Diabetes Fonds

Read more

Vanaf 3 juni 2019 begint het Diabetes Fonds met de Nationale Suiker Challenge. Hierbij nodigen ze mensen uit om mee te doen met the challenge om 7 dagen lang geen toegevoegde suikers te eten en drinken.

Wij onderschrijven de noodzaak om overgewicht en diabetes in Nederland terug te dringen. Daar hoort een verminderde calorie-inname, waaronder die uit suikers, bij. We zien echter dat er veel verwarring over suiker bestaat. Om die reden zetten wij een aantal feiten op een rij. Deze zijn gebaseerd op de wetenschappelijke consensus.

De totale suikerinname in Nederland daalt, het aantal mensen met overgewicht is in dezelfde periode fors gestegen.

De eerste Voedselconsumptiepeiling (VCP) liet zien dat Nederlanders in totaal gemiddeld 128 gram suikers per dag aten in 1987, in de periode 2012-2016 (laatste VCP) was dit 110 gram per dag, aldus het RIVM1. Dit zijn alle suikers samen: toegevoegde én de van nature aanwezige. In diezelfde periode is het aantal mensen met overgewicht fors gestegen. In 1981 had 33% van de Nederlandse bevolking overgewicht, in 2015 was dit 50%, aldus het CBS2.

Hoeveel ‘toegevoegde suikers’ eten we nu eigenlijk?

Van de 110 gram totale suikers die Nederlanders gemiddeld eten volgens de VCP 2012-2016, komt 60 gram uit toegevoegde suikers. Dat is 11.3% van de totale dagelijkse energie-inname (en%)1. De rest van de suikers komt van de nature aanwezige suikers, zoals in fruit, groente en zuivelproducten.

Wat zijn precies de richtlijnen?

Het Diabetes Fonds beweert in haar communicatie over suiker dat we in Nederland te veel suiker eten en dit kan leiden tot overgewicht. Hierbij worden steeds de kwantitatieve aanbevelingen (<10 energieprocent vrije suikers) van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) aangehaald. Volgens de aanbeveling van de WHO mag een volwassen vrouw per dag 50 gram (12,5 suikerklontjes) aan vrije suikers* binnen krijgen, een volwassen man mag iets meer, namelijk 60 gram (15 suikerklontjes).

Echter, de kwantitatieve richtlijnen zijn gebaseerd op het verband tussen suikers en tandcariës, niet op het verband tussen suikers en overgewicht. Bovendien is in het WHO-rapport te lezen dat de kwantitatieve richtlijn van <10 energieprocent vrije suikers gebaseerd is op matig bewijs. In Nederland hebben we geen grenswaarden voor de hoeveelheid suiker in de voeding3. Voedingsadviezen zijn in Nederland gebaseerd op de Richtlijnen goede voeding van de Gezondheidsraad4. Zij adviseren alleen om zo min mogelijk suikerhoudende dranken te drinken8.

* Vrije suikers zijn alle suikers die toegevoegd zijn door de producent of consument alsook suikers die van nature aanwezig zijn in honing, siropen, vruchtensappen en vruchtenconcentraat. Volgens de VCP 2012-2016 consumeren Nederlanders dagelijks 68 gram vrije suikers. Dit staat gelijk aan 17 suikerklontjes.

Meer informatie over de consumptie van toegevoegde suikers in Nederland, bekijk deze factsheet.

Minder suiker betekent niet altijd minder calorieën

Suiker is een bulkvormer in vaste producten9. Haal je suiker eruit, dan zal er dus iets anders voor in de plaats moeten komen. In vaste voedingsmiddelen wordt suiker echter vaak vervangen door zetmeel of vet. Suiker bevat, net als alle andere koolhydraten, 4 kcal per gram. Vetten bevatten 9 kcal per gram.

Suiker is geen specifieke risicofactor voor het ontwikkelen van diabetes

De focus op suiker in relatie met diabetes type 2 is een nogal grove versimpeling van het probleem. Diabetes type 2 wordt niet veroorzaakt door suiker per se. Wel kan het gebruik van veel suiker (net als de andere energieleverende voedingsstoffen) bijdragen aan overgewicht, een belangrijke risicofactor voor het ontwikkelen van diabetes type 2. Daarnaast leidt consumptie van vloeibare suikers (frisdrank en vruchtensap) gemakkelijk tot overconsumptie (ze verzadigen namelijk minder dan vaste suikers of andere vaste calorieën), hetgeen overgewicht veroorzaakt5,7. Om die reden adviseert de Gezondheidsraad om zo min mogelijk suikerhoudende dranken te drinken4,8.

Meer informatie over suiker en diabetes, bekijk deze factsheet.

Consumenten overschatten de caloriereductie in producten

Bij de Suiker Challenge van het Diabetes Fonds gaat het niet om het beperken van de totale suikerinname, maar vooral om de toegevoegde suikers die in producten zitten die door voedselproducenten worden gemaakt. Verschillende fabrikanten brengen producten op de markt met een gereduceerde hoeveelheid suiker. Hierbij gaat het om het verminderen van de hoeveelheid suiker in het product, het niet toevoegen van suiker of het product helemaal suikervrij maken. Voedingskundig gezien levert dit lang niet altijd winst op. In veel gevallen gaat de suikerreductie niet gepaard met een reductie in de hoeveelheid kilocalorieën per gelijke portie.

Uit een enquête bij Nederlanders van 18 jaar en ouder, representatief naar geslacht, leeftijd en opleidingsniveau, van onderzoeksbureau Ruigrok NetPanel in opdracht van Kenniscentrum suiker & voeding, bleek dat consumenten de caloriereductie overschatten in producten die in suiker gereduceerd zijn10. Uit het onderzoek van Ruigrok bleek dat de helft van de Nederlanders verwacht dat ‘vaste producten’ die 30 tot 35% minder suiker bevatten dan hun gewone of vergelijkbare varianten, ook een evenredige caloriereductie hebben (e.g. biscuits, ontbijtrepen, winegums, muesli). In de praktijk is dat niet altijd het geval, zo bevat een suikervrije mayonaise 20.5% meer calorieën dan de gewone variant. Terwijl consumenten bij het kopen of eten van producten met name letten op de hoeveelheid (toegevoegde) suikers en minder vaak op de hoeveelheid calorieën, zoals ook bleek uit het Ruigrok onderzoek. Dit is ten gevolge van de negatieve, vaak onjuiste berichtgeving over suiker in de media.

Op de site van het Diabetes Fonds wordt als kijk-tip de documentaire ‘That Sugar Film’ gegeven, waarin een Australische acteur twee maanden lang op een suikerrijk voedingspatroon leeft. Als Kenniscentrum Suiker & Voeding, hebben wij hierover een reactie geplaatst, deze kan je hier lezen.

Ons standpunt

Kenniscentrum suiker & voeding is van mening dat het debat over diverse voedingsstoffen moet worden gevoerd in perspectief van het totale voedingspatroon. De discussie over suiker moet gevoerd worden op basis van wetenschappelijke feiten. In het kader van overgewicht en obesitas tellen alle calorieën mee, ook die van suiker. Overconsumptie is daarbij niet goed. Diabetes type 2 wordt niet veroorzaakt door consumptie van suiker, maar hoofdzakelijk door overgewicht. Voor de preventie van overgewicht en diabetes type 2 is een lage inname van suikerhoudende dranken wel van belang.

Bronnen

  1. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (2018). Voedselconsumptiepeiling 2012-2016. wateetnederland.nl
  2. Centraal Bureau voor de Statistiek. Lengte en gewicht van personen, ondergewicht en overgewicht; vanaf 1981 (2019).
  3. https://www.voedingscentrum.nl/nl/nieuws/who-komt-met-nieuwe-richtlijnen-vrije-suikers.aspx
  4. Richtlijnen Goede Voeding. (2015).
  5. Diabetes Fonds. Fabels en misverstanden over diabetes. (2015). at https://www.diabetesfonds.nl/over-diabetes/diabetes-in-het-algemeen/fabels-en-misverstanden-over-diabetes
  6. Franz, M. J. et al. The Evidence for Medical Nutrition Therapy for Type 1 and Type 2 Diabetes in Adults. Am. Diet. Assoc. 110, 1852–1889 (2010).
  7. https://www.diabetesfonds.nl/minder-suiker/suiker-challenge/een-gezonde-leefstijl-kan-diabetes-type-2-voorkomen-en-omkeren
  8. Achtergronddocument: Dranken met toegevoegd suiker. (2015).
  9. Clemens, R.A. et al. Functionality of Sugars in Foods and Health. Rev. Food Sci. Food Saf. 15, 433–470 (2016).
  10. Ruigrok Netpanel in opdracht van Kenniscentrum suiker & voeding. Suiker gereduceerde producten. Een kwantitatief onderzoek onder Nederlandse consumenten (2019).
December 2018

Consumptie van suikers in Nederland: de belangrijkste resultaten

Read more

Op 21 november 2018 plaatsten wij al een nieuwsbericht over de dalende trend van de inname van suikers in Nederland. Dit nieuwsbericht breiden wij uit met de belangrijkste resultaten uit de Voedselconsumptiepeiling (VCP) 2012-2016.

Belangrijkste resultaten uit de vijfde VCP: 

  • De gemiddelde inname van suikers* door 1-79-jarigen is 110 gram per dag. Dit komt overeen met 21% van de totale energie-inname.
  • De inname van suikers is hoger bij kinderen (27energieprocent [en%]) dan bij volwassenen (19en%).
  • De 1-3-jarigen hebben de hoogste bijdrage van suikers aan de totale energie-inname, namelijk 30en%.
  • De gemiddelde inname van koolhydraten voldoet aan de aanbevelingen van de Gezondheidsraad.
  • Vanaf 1987 is de inname van koolhydraten vrij stabiel. De gemiddelde inname in 2012-2016 is vergelijkbaar met de inname in de periode 2007-2010. Dat geldt ook voor de drie VCP’s in de periode 1987-1998.

*Van nature aanwezige plus toegevoegde suikers.

Hoeveel koolhydraten nemen we in Nederland in?

De gemiddelde inname van koolhydraten is 237 gram per dag. Dit is 45% van de gemiddelde energie-inname van 2192 kilocalorieën (kcal). Deze inname voldoet aan de aanbeveling van de Gezondheidsraad die uitgaat van een adequate inneming van 40% van de energie. Kinderen hebben een hogere inname van koolhydraten dan volwassenen.      

Hoeveel suikers nemen we in Nederland in?

De gemiddelde inname van suikers is 110 gram per dag. Dit komt per jaar neer op 40 kg per hoofd van de 1-79-jarige Nederlandse bevolking. 1-3-jarigen hebben met ruim 30% de hoogste bijdrage van suikers aan de totale energie-inname. Daarna daalt de inname met het stijgen van de leeftijd om vanaf 30 jaar enigszins te stabiliseren.

August 2018

Reactie op de bijlage ‘Onze voeding’ van Elsevier Weekblad

Read more

Op zaterdag 18 augustus 2018 verscheen bij Elsevier Weekblad de bijlage ‘Onze voeding’ van Pulse Media Group. In deze bijlage staat een column van Hanneke Dessing - algemeen directeur van het Diabetes Fonds - met veel onjuistheden over suiker. Wij hebben de juiste wetenschappelijke feiten voor u op een rij gezet.

De totale suikersinname in Nederland is stabiel, het aantal mensen met overgewicht is in dezelfde periode fors gestegen.  

De eerste Voedselconsumptiepeiling (VCP) liet zien dat Nederlanders in totaal gemiddeld 128 gram suikers per dag aten in 1987, in de periode 2007-2010 (laatste VCP) was dit 122 gram per dag. Dit zijn alle suikers samen: toegevoegde én de van nature aanwezige. In diezelfde periode is het aantal mensen met overgewicht fors gestegen. In 1981 had 33% van de Nederlandse bevolking overgewicht, in 2015 was dit 50%.

Nederlanders halen gemiddeld minder dan 1% van de energie-inname uit ‘onbewuste suikers (verborgen suikers)’. Dit komt neer op ~4,1 gram per dag.

Meer informatie over ‘verborgen suikers’, bekijk deze factsheet.

Suiker is geen specifieke risicofactor voor het ontwikkelen van diabetes.

Het verband tussen de totale inname van suikers en het risico op diabetes mellitus type 2 is niet eenduidig. Wel adviseert de Gezondheidsraad om zo min mogelijk suikerhoudende dranken te drinken. Dit zijn frisdranken en fruitsappen. Zij vonden namelijk een samenhang tussen de inname van suikerhoudende dranken en het ontwikkelen van diabetes type 2. Naast overgewicht zijn weinig lichaamsbeweging en roken belangrijke leefstijlrisicofactoren. Een gezond lichaamsgewicht, voldoende beweging en een evenwichtige voeding vormen de kern van een leefstijl die de kans op diabetes type 2 zo klein mogelijk houdt.

Meer informatie over suiker en diabetes, bekijk deze position paper.

Wij onderschrijven de noodzaak om overgewicht en diabetes in Nederland terug te dringen. Daar hoort een verminderde calorie-inname, waaronder die uit suikers, bij.

Kijk voor onze volledige reactie op kenniscentrumsuiker.nl

June 2018

Reactie op “20 redenen om te minderen met suiker” – Vrouw magazine Telegraaf

Read more

Op zaterdag 2 juni 2018 verscheen in het Tijdschrift VROUW (zaterdagbijlage bij De Telegraaf) het artikel ’20 redenen om te minderen met suiker’.

Het artikel bevat veel onjuistheden. Wij hebben de juiste wetenschappelijke feiten voor u op een rij gezet.

 

1) Hartkwaal

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Er is geen duidelijk verband tussen de inname van suikers specifiek en het risico op hart- en vaatziekten aangetoond, aldus de onderzoekers van de European Food Safety Authority (EFSA), de European Heart Network (EHN) en de Scientific Advisory Committee on Nutrition (SACN). EFSA, de EHN en de SACN vinden dat er onvoldoende bewijs is voor de relatie tussen de inname van suikers (zoals glucose, fructose en sacharose) en hart- en vaatziekten.

Het verschil tussen suikerhoudende dranken en vaste producten is dat dranken met suiker minder lijken te verzadigen (het gevoel van “vol zitten”) dan vaste producten (denk aan een glas appelsap in vergelijking met een appel). Hierdoor leidt consumptie van suikerhoudende dranken gemakkelijker tot inname van te veel calorieën. Als men dit overschot aan calorieën niet compenseert met lichamelijke beweging, dan zal men aankomen in gewicht.

Concluderend: Er is geen wetenschappelijk bewijs dat suikers specifiek de kans op een hartkwaal verhogen. Met de inname van vloeibare calorieën uit suikerhoudende dranken moet men oppassen aangezien deze minder lijken te verzadigen dan ‘vaste’ calorieën. Als men de extra calorie-inname niet compenseert met lichamelijke beweging, dan zal men aankomen in gewicht.

Zie ook: Kenniscentrum suiker & voeding - overgewicht

Bronnen:
1) European Food Safety Authority. (2010). Scientific Opinion on Dietary Reference Values for carbohydrates and dietary fibre. EFSA Journal, 8: 1462.
2) European Heart Network. (2011). Diet, Physical Activity and Cardiovascular Disease Prevention.
3) Scientific Advisory Committee on Nutrition (SACN). (2015). Carbohydrates and Health.

2) Gedroogd fruit

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Toegevoegde suikers hebben dezelfde chemische structuur als van nature aanwezige suikers en worden op dezelfde manier in het lichaam verwerkt. Ook leveren de suikers in bijvoorbeeld gedroogd fruit, net als alle andere koolhydraten (waar suiker onder valt) 4 kilocalorieën per gram. Het lichaam maakt dus geen onderscheid.

Bronnen:
1) Keuringsdienst van waarde. (2018)

3) Emo-achtbaan

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Onderzoek laat zien dat glucose de stemming positief kan beïnvloeden tijdens het uitvoeren van een stressvolle taak. Suikers verhogen het serotonine- en dopamineniveau in de hersenen. Bij stress of ontstemming zou dat de stemming enigszins kunnen verbeteren. Glucose bevordert in het lichaam de aanmaak van insuline dat uiteindelijk (via een verhoogd tryptofaangehalte) de serotoninespiegel in het bloed verhoogt. Dit leidt tot een gevoel van welbevinden. Daarnaast wordt in gezonde mensen onder normale omstandigheden de bloedglucosespiegel strak gereguleerd door het lichaam. Er is geen wetenschappelijk bewijs dat inname van suikers extreme schommelingen in de bloedglucosespiegel veroorzaakt bij gezonde mensen.

Concluderend: Er is geen wetenschappelijk bewijs dat suiker stemmingswisselingen veroorzaakt.

Bronnen:
1) Markus, C.R. (2007). Effects of carbohydrates on brain tryptophan availability and stress performance. Biological Psychology, 76(1-2): 83-90.
2) Zie ook: Kenniscentrum suiker & voeding - thema gedrag

4) Verlangen

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Het eten van veel suiker is gewoontegedrag dat is aangeleerd door conditionering van prikkels die met ‘houden van zoet’ te maken hebben, niet met suiker zelf. Suikerinname heeft niet met verslaving te maken. Bij verslaving is er onder andere sprake van tolerantie en ontwenningsverschijnselen wanneer de inname van de stof gestaakt wordt, en inname van steeds grotere hoeveelheden om hetzelfde effect te ervaren, specifiek voor het middel. Suiker komt niet voor op lijsten van middelen/stoffen die (potentieel) verslavend zijn. Te veel snoepen is dus gewoontegedrag dat is aangeleerd. Als je stopt met suiker eten krijg je geen (serieuze) ontwenningsverschijnselen. Bovenstaande wordt ook door Prof. dr. Rob Markus, bijzonder hoogleraar Neuropsychologie (Maastricht University) uitgelegd in een informatief filmpje over suiker en verslaving.

Er is een duidelijke relatie tussen koolhydraten en stemming. De inname van koolhydraten heeft inderdaad invloed op de serotoninespiegel in het bloed (via glucose  insuline  tryptofaan). Echter, de inname van koolhydraten verhoogt juist de serotoninespiegel in het bloed en het dopamineniveau in de hersenen (in tegenstelling tot wat er in het artikel wordt beweerd). Dit leidt tot een gevoel van welbevinden. Daarnaast zien we deze dopamineafgifte niet alleen na het eten van suiker: andere plezierige ervaringen zoals het luisteren naar mooie muziek of het winnen van een prijs resulteren ook in dopamineafgifte en het bijbehorende geluksgevoel.

Concluderend: Er is een duidelijke relatie tussen koolhydraten en stemming, dit gaat via een natuurlijk fysiologisch beloningssysteem. Suikerconsumptie heeft dus geen negatieve effecten op ‘onze geest’.

Bronnen:
1) NeuroFAST consensus opinion on food addiction. (2013)
2) http://www.kenniscentrumsuiker.nl/thema-s/verslaving

5) Hoofdbrekens

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Koolhydraten (dus ook suiker) worden in het lichaam omgezet in glucose en zijn een essentiële brandstof voor onze hersenen. EFSA schat dat iedereen vanaf 1 jaar en ouder 130 gram glucose per dag voor de hersenen nodig heeft. Het is niet mogelijk om resultaten uit dierstudies direct te vertalen naar mensen. Onderzoek bij mensen heeft aangetoond dat glucose een positief effect heeft op cognitieve processen zoals het geheugen en aandacht op de korte termijn. Ook fructose lijkt een positief effect te hebben op probleemoplossend vermogen bij mensen.

Concluderend: Er is geen wetenschappelijk bewijs dat suiker het leervermogen en geheugen bij mensen aantast.

Bronnen:
1) Smith, M.A., Riby, L.M., Eekelen, J.A. (2011). Glucose enhancement of human memory: a comprehensive research review of the glucose memory facilitation effect. Neuroscience & Biobehavioral Reviews, 35(3): 770-783.
2) Markus, C.R. (2007). Effects of carbohydrates on brain tryptophan availability and stress performance. Biological Psychology, 76(1-2): 83-90.
3) Boyle, N.B., Lawton, C.L., Dye, L. (2018). The effects of carbohydrates, in isolation and combined with caffeine, on cognitive performance and mood – current evidence and future directions. Nutrients. Nutrients, 10(2): 192-239.
4) Mourao, D., Bressan, J., Campbell, W. & Mattes, R. (2007). Effects of food form on appetite and energy intake in lean and obese young adults. International Journal of Obesity, 31: 1688-1695.
5) Martens, M., Lemmens, S., Born, J. & Westerterp-Plantenga, M. (2011). A solid high-protein meal evokes stronger hunger suppression than a liquefied high-protein meal. Obesity, 19: 522–527.
6) European Food Safety Authority. (2015). Scientific Opinion on the substantiation of a health claim related to glycaemic carbohydrates and contribution to normal cognitive function. EFSA journal, 13(2): 4027.

6) Buikvet

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Een onderzoek naar het verschil tussen een zoete en hartige smaak op verzadiging, liet zien dat ‘ad libitum’ (zonder restrictie) inname van zoete en hartige rijst hetzelfde was bij proefpersonen. Ook de mate van verzadiging verschilde niet tussen de twee maaltijden, die gelijke smakelijkheid, energiedichtheid en samenstelling van macronutriënten hadden. De proefpersonen die de zoete rijst gegeten hadden, waren net zo verzadigd als de personen die de hartige rijst gegeten hadden. De onderzoekers concludeerden dat een zoete smaak honger niet minder onderdrukt en trek niet meer stimuleert dan een hartige smaak, iets wat ze voorafgaand aan het experiment wel veronderstelden. Deze resultaten worden ondersteund door een studie van Rolls et al. (1991), waarin de inname van een hartig gerecht gelijk was aan die van een zoet gerecht, zowel als voor- en nagerecht, van gelijke energiedichtheid en smakelijkheid.

Daarnaast is er geen wetenschappelijk bewijs dat suiker specifiek vet rondom de buik veroorzaakt. Een voorbeeld uit de praktijk: wielrenners van de Tour de France hebben een enorm hoge inname aan suiker (i.e. dranken, gels, etc.), maar hebben een minimaal vetpercentage. Dit komt omdat ze de energie uit de suikers ook meteen weer verbranden. Bovenstaande wordt ook door Prof.dr.ir. Edith Feskens, hoogleraar Voeding en Gezondheid in de levenscyclus (Wageningen University) uitgelegd in een informatief filmpje over suiker en overgewicht.

Concluderend: Een zoete smaak is even verzadigend en stimuleert de trek niet meer dan een hartige smaak. Daarnaast is geen wetenschappelijk bewijs dat suiker een dikmaker is.

Bronnen:
1) Griffioen-Roose, S., Mars, M., Finlayson, G., Blundell, J.E., de Graaf, C. (2009.) Satiation due to equally palatable sweet and savory meals does not differ in normal weight young adults. The Journal of Nutrition, 139(11): 2093-2098.
2) Rolls, B.J., Laster, L.J., Summerfelt, A. (1991). Meal order reversal: effects of eating a sweet course first or last. Appetite, 16(2): 141-148.
3) Hall, K.D. & Guo, J. (2017). Obesity Energetics: Body Weight Regulation and the Effects of Diet Composition. Gastroenterology, 152: 1718–1727.
4) Te Morenga, L., Mallard, S., Mann, J. (2013). Dietary sugars and body weight: systematic review and meta-analyses of randomised controlled trials and cohort studies. British Medical Journal, 346: e7492.
5) Kenniscentrum suiker & voeding - lichaamsgewicht en macronutriënten.

7) Kwakkelen

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Er is geen onderzoek gepubliceerd naar het effect van suiker op het immuunsysteem.

Concluderend: Er is geen wetenschappelijk bewijs dat suiker het immuunsysteem aantast.

8) Overdosis

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Nederlanders consumeren inderdaad gemiddeld rond 122 gram totaal suiker per persoon per dag. Dit zijn suikers uit zowel producten zoals koek, gebak en frisdrank als uit brood, groente, fruit en melk. Het gaat hierbij dus niet alleen om toegevoegde suikers, maar ook om de suikers die van nature in bijvoorbeeld fruit, groente en melk zitten. In Nederland heeft de Gezondheidsraad (onafhankelijk adviesorgaan van de overheid) geen maximum gesteld aan de inname van (toegevoegde) suikers. Wel adviseert de Gezondheidsraad om zo min mogelijk suikerhoudende dranken te drinken.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) adviseert om minder dan 10 energieprocent uit vrije suikers in te nemen. Deze richtlijn is gebaseerd op de relatie tussen suiker en tandcariës (niet op overgewicht of chronische ziekten). De WHO geeft in haar rapport zelf aan dat de bewijslast voor deze aanbeveling ‘matig’ tot ‘zeer laag’ van kwaliteit is. Vrije suikers zijn alle suikers die tijdens de productie en bereiding van voedingsmiddelen worden toegevoegd en die van nature aanwezig zijn in honing, siropen, fruitsappen en fruitconcentraten. Suikers uit groente, fruit en melk vallen niet onder de richtlijn. De richtlijn van de WHO zou dus vergeleken moeten worden met de huidige innamegegevens van vrije suikers. Nederlanders (mannen en vrouwen 7-69 jaar) consumeren gemiddeld 14 energieprocent uit vrije suikers, dit komt overeen met 74 gram per persoon per dag. Dit is slechts zo’n 20 gram (4 energieprocent) meer dan de richtlijn van de WHO, wat overeenkomt met circa 5 suikerklontjes. Nederlanders halen gemiddeld minder dan 1 energieprocent uit ‘ongemerkte suikers’. Dit komt neer op slechts 4 gram per dag (slechts 1 suikerklontje). De meeste suikers worden uit producten zoals frisdrank (24%), koek en gebak (16%) gehaald.

Concluderend: Bij het vergelijken van richtlijnen met consumptiegegevens is het belangrijk om goed te kijken naar het type suikers: totaal suikers, toegevoegde suikers of vrije suikers.

Bronnen:
1) Bloem, M.Z., Sluik, D., Feskens, E.J.M. (2017). Bijdrage van diverse productgroepen aan de inname van toegevoegde suikers in Nederland. Resultaten uit de Nederlandse Voedselconsumptiepeiling 2007-2010. Wageningen University.
2) Gezondheidsraad. (2015). Richtlijnen goede voeding 2015.
3) Sluik, D., Engelen, A., Feskens, E.J.M. (2013). Suikerconsumptie in Nederland. Resultaten uit de Nederlandse Voedselconsumptiepeiling 2007-2010. Wageningen University.
4) Sluik, D., Feskens, E.J.M. & Hartemink, R. (2016). Consumptie van ‘verborgen suikers’ in Nederland - Resultaten uit de Nederlandse Voedselconsumptiepeiling 2007-2010. Wageningen University.
5) Sluik, D., van Lee, L., Engelen, A.I. & Feskens E.J.M. (2016). Total, free and added sugar consumption and adherence to guidelines: The Dutch National Food Consumption Survey 2007-2010. Nutrients, 8: 70-84.
6) World Health Organization. (2015). Guideline: Sugars intake for adults and children.

9) Dieronvriendelijk

Wat is er wetenschappelijk bekend?

In Nederland worden suikerbieten gebruikt voor de productie van suiker, niet suikerriet. Bij het verkrijgen van suiker uit suikerbieten wordt geen gebruik gemaakt van ontkleuringsmiddelen. Suiker is van nature wit. Suiker wordt uit reepjes suikerbieten gehaald met behulp van warm water. Het suikerwater wordt vervolgens gezuiverd met kalk en koolstofdioxide. Hierna wordt het suikerwater ingedikt door water te laten verdampen, het zogeheten diksap. Het diksap wordt verder ingedikt tot een dikke kristalbrij. Centrifuges scheiden de kristalbrij in suikerkristallen (kristalsuiker) en stroop.

Concluderend: aan de productie van suiker komen geen dierlijke producten te pas.

Voor meer informatie: Productieproces suiker

10) Vitamines

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Net als alle andere koolhydraten bevatten suikers 4 kilocalorieën per gram. Wanneer je nutriënten zoals zetmeel, eiwit en vet op zichzelf bekijkt bevatten deze ook geen vitamines en mineralen. Daarom is het belangrijk om in de eerste plaats naar voedingsmiddelen te kijken, deze bevatten vaak een combinatie van meerdere voedingsstoffen. Neem bijvoorbeeld groente, fruit en zuivel. In deze basisvoedingsmiddelen zitten naast de van nature aanwezige suikers ook andere voedingsstoffen als vezels, vitamines en mineralen.

Het is belangrijk om een gebalanceerd en gevarieerd voedingspatroon te volgen, waarbij de energie-inname in balans is met het energie-verbruik. Wanneer men deze regel volgt past de consumptie van suikers in een gezonde leefstijl.

11) Eetlust

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Een onderzoek naar het verschil tussen een zoete en hartige smaak op verzadiging, liet zien dat ‘ad libitum’ (zonder restrictie) inname van zoete en hartige rijst hetzelfde was bij proefpersonen. Ook de mate van verzadiging verschilde niet tussen de twee maaltijden, die gelijke smakelijkheid, energiedichtheid en samenstelling van macronutriënten hadden. De proefpersonen die de zoete rijst gegeten hadden, waren net zo verzadigd als de personen die de hartige rijst gegeten hadden. De onderzoekers concludeerden dat een zoete smaak honger niet minder onderdrukt en trek niet meer stimuleert dan een hartige smaak, iets wat ze voorafgaand aan het experiment wel veronderstelden. Deze resultaten worden ondersteund door een studie van Rolls et al. (1991), waarin de inname van een hartig gerecht gelijk was aan die van een zoet gerecht, zowel als voor- en nagerecht, van gelijke energiedichtheid en smakelijkheid.

NeuroFAST, een samenwerkingsverband van 13 Europese universiteiten en onderzoeksinstellingen, concludeert dat voedingsstoffen (waaronder suiker) niet verslavend zijn. Je hoeft van suikerhoudende producten dus niet van ‘af te kicken’. Voor meer informatie over suiker en verslaving zie informatief filmpje van Prof. dr. Rob Markus.

Concluderend: Een zoete smaak is even verzadigend en stimuleert de trek niet meer dan een hartige smaak.

Bronnen:
1) Griffioen-Roose, S., Mars, M., Finlayson, G., Blundell, J.E., de Graaf, C. (2009.) Satiation due to equally palatable sweet and savory meals does not differ in normal weight young adults. The Journal of Nutrition, 139(11): 2093-2098.
2) Rolls, B.J., Laster, L.J., Summerfelt, A. (1991). Meal order reversal: effects of eating a sweet course first or last. Appetite, 16(2): 141-148.

12) Rimpels

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Er is geen onderzoek gepubliceerd naar het effect van de inname van suikers op het krijgen van rimpels door beschadiging van collageen of verminderde elasticiteit van de huid.

Concluderend: Er is geen wetenschappelijk bewijs dat de inname van suikers rimpels veroorzaakt.

13) Snaaien

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Lichaamsgewicht en lichaamsbeweging zijn belangrijke factoren voor insulinegevoeligheid. Wanneer het lichaam niet meer goed reageert op insuline, blijft er te veel bloedsuiker ongebruikt in het bloed zitten en dat is ongezond. Daarom is het aan te raden om een gezond gewicht te handhaven en voldoende lichaamsbeweging te hebben.

Verschillende studies hebben gekeken naar het effect van de bloedglucosespiegel op eetlust in gezonde mensen. Voor zowel een verhoogde bloedglucosespiegel als een verlaagde bloedglucosespiegel werd geen effect op eetlust gevonden.

Concluderend: Verhoogde- of verlaagde bloedglucosespiegels lijken geen effect te hebben op de eetlust. Wel is het aan te raden om een gezond gewicht te handhaven en voldoende lichaamsbeweging te hebben.

Bronnen:
1) https://www.diabetesfonds.nl/over-diabetes/diabetes-in-het-algemeen/insulineresistentie
2) Schultes, B., Oltmanns, K. M., Kern, W., Fehm, H. L., Born, J., & Peters, A. (2003). Modulation of hunger by plasma glucose and metformin. The Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism, 88(3), 1133-1141.
3) Lavin, J. H., Wittert, G., Sun, W. M., Horowitz, M., Morley, J. E., & Read, N. W. (1996). Appetite regulation by carbohydrate: role of blood glucose and gastrointestinal hormones. American Journal of Physiology-Endocrinology And Metabolism, 271(2), E209-E214.

14) Slaapgebrek

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Er is geen onderzoek gepubliceerd naar het effect van de consumptie van suikerrijke producten op slaap in mensen met insuline-resistentie. Ditzelfde geldt voor het effect op een gezonde populatie. Een studie die keek naar totale suikerconsumptie en gedrags- of slaapproblemen in kinderen vond geen effect.

Concluderend: Er is geen wetenschappelijk bewijs dat consumptie van suikerhoudende producten de nachtrust verstoort in mensen met insuline-resistentie, gezonde mensen of kinderen.

Bron:
1) Watson, E. J., Coates, A. M., Banks, S., & Kohler, M. (2018). Total dietary sugar consumption does not influence sleep or behaviour in Australian children. International journal of food sciences and nutrition, 69(4), 503-512.

15) Grauwsluier

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Er is geen onderzoek gepubliceerd naar het effect van suikerinname op de teint, grauwheid of egaliteit van de huid.

Concluderend: Er is geen wetenschappelijk bewijs dat inname van suikers invloed heeft op de teint van de huid.

16) Dipgevaar

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Bij gezonde mensen wordt onder normale omstandigheden de bloedglucosespiegel strak gereguleerd door het lichaam. Normaliter kan de bloedglucosespiegel variëren tussen de 4 mmol/l en 8 mmol/l. Als je bloedglucosespiegel onder de 3,5 mmol/l komt, heb je een ‘hypo’. Dit is een tijdelijk verschijnsel dat zich met name voordoet bij mensen met diabetes en bij gezonde mensen bijna niet voorkomt.

Concluderend: Er is geen wetenschappelijk bewijs dat inname van suikers een ‘suikerdip’ in de bloedglucosespiegel veroorzaakt bij gezonde mensen.

Bronnen:
1) Voedingscentrum. (2018). Hypoglykemie.
2) Stanfield, C.L. (2011). Principles of Human Physiology (4th ed.), San Francisco: Benjamin Cummings.

17) Slecht zicht

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Bij gezonde mensen wordt onder normale omstandigheden de bloedglucosespiegel strak gereguleerd door het lichaam (zie punt 16). Er is geen wetenschappelijk bewijs dat suikerinname oogklachten veroorzaakt in gezonde mensen. Ook is het verband tussen de totale inname van suikers en het risico op diabetes type 2 niet eenduidig. Wel adviseert de Gezondheidsraad om zo min mogelijk suikerhoudende dranken te drinken. Dit zijn frisdranken en fruitsappen, Zij vonden namelijk een samenhang tussen de inname van suikerhoudende dranken en het ontwikkelen van diabetes type 2.

Mensen met diabetes krijgen wél vaak problemen met hun gezichtsvermogen. Bij mensen met diabetes type 2 raken door hoge bloedglucosespiegels de bloedvaten in het lichaam beschadigd, waaronder de kleine bloedvaatjes in het netvlies. Hierdoor treedt een beschadiging van het netvlies op.

Concluderend: Er is geen wetenschappelijk bewijs dat inname van suikers invloed heeft op het gezichtsvermogen van gezonde mensen. Het verband tussen de totale inname van suikers en het risico op diabetes type 2 is niet eenduidig, wel wordt aangeraden om zo min mogelijk suikerhoudende dranken te drinken.

Bronnen:
2) Diabetes Fonds. (2018). Complicaties van diabetes - ogen.
3) Oogfonds. (2018). Diabetische-retinopathie.

18) Gebitschade

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Tandcariës ontstaat wanneer bacteriën in de mond verteerbare koolhydraten uit voedingsmiddelen omzetten in zuren. Onder invloed van de zuren lost het glazuur van de tanden op: dit proces wordt demineralisatie genoemd. Het gebit kan zich onder invloed van speeksel herstellen van zo’n zuurstoot, dit herstelproces heet remineralisatie. Remineralisatie van het gebit heeft even tijd nodig en daarom is het belangrijk niet te vaak op een dag iets met koolhydraten te eten. Het gaat dus niet specifiek om de hoeveelheid of het type koolhydraat.

Het basisadvies cariëspreventie van het Ivoren Kruis luidt:

  • Maximaal 7x per dag eten of drinken. Dit zijn 3 hoofdmaaltijden (ontbijt, lunch, avondeten) en maximaal 4 tussendoortjes per dag. Vuistregel: Na eten of drinken minstens 2 uur niets meer nemen.
  • Een uur voor het tandenpoetsen geen zure producten eten of drinken.
  • Geen voeding of dranken na het laatste tandenpoetsen of mee naar bed nemen.

Concluderend: De belangrijkste factoren in cariëspreventie zijn de beperking van het aantal eet- en drinkmomenten tot maximaal 7 per dag en tweemaal daags zorgvuldig poetsen met een fluoridehoudende pasta.

Zie ook: Kenniscentrum suiker & voeding - mondgezondheid

19) Gewichtsverlies

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Bij gezonde mensen wordt onder normale omstandigheden de bloedglucosespiegel strak gereguleerd door het lichaam. Normaliter kan de bloedglucosespiegel variëren tussen de 4 mmol/l en 8 mmol/l. Als je bloedglucosespiegel onder de 3,5 mmol/l komt, heb je een ‘hypo’. Dit is een tijdelijk verschijnsel dat zich met name voordoet bij mensen met diabetes en bij gezonde mensen bijna niet voorkomt.

Verschillende studies hebben het effect van de bloedglucosespiegel op eetlust onderzocht in gezonde mensen. Voor zowel een verhoogde bloedglucosespiegel als een verlaagde bloedglucosespiegel werd geen effect op eetlust gevonden. Overconsumptie is dus geen gevolg van ‘suikerdips’ in de bloedglucosespiegel.

Concluderend: Er is geen wetenschappelijk bewijs dat inname van suikers een ‘suikerdip’ in de bloedglucosespiegel veroorzaakt bij gezonde mensen. Verhoogde- of verlaagde bloedglucosespiegels lijken geen effect te hebben op de eetlust.

Daarnaast is suiker geen specifieke dikmaker. Overgewicht ontstaat als iemand via de voeding meer calorieën binnenkrijgt dan hij (door lichaamsbeweging) verbruikt. Het maakt niet uit of het teveel aan calorieën afkomstig is van suikers of andere koolhydraten, vet, eiwitten of alcohol. Zo bevatten alle koolhydraten per gram 4 kcal, evenals eiwitten. Vet daarentegen bevat 9 kcal per gram en alcohol 7 kcal per gram. Het gaat om de totale hoeveelheid calorieën (uit welke bron dan ook), die in balans moet zijn met het energieverbruik. Het is belangrijk een gezonde basisvoeding te gebruiken, zoals volop groente, fruit en volkorenproducten. Daarnaast is het belangrijk dagelijks voldoende te bewegen. Bovenstaande wordt ook door Prof.dr.ir. Edith Feskens, hoogleraar Voeding en Gezondheid in de levenscyclus (Wageningen University) uitgelegd in een informatief filmpje over suiker en overgewicht.

Concluderend: Suiker is geen specifieke dikmaker, het gaat bij overgewicht om de totale hoeveelheid calorieën. Overgewicht en obesitas moeten we terugdringen, hierbij tellen alle calorieën mee, ook die van suiker.

Zie ook: Kenniscentrum suiker & voeding - overgewicht

Bronnen:
1) Schultes, B., Oltmanns, K. M., Kern, W., Fehm, H. L., Born, J., & Peters, A. (2003). Modulation of hunger by plasma glucose and metformin. The Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism, 88(3), 1133-1141.
2) Lavin, J. H., Wittert, G., Sun, W. M., Horowitz, M., Morley, J. E., & Read, N. W. (1996). Appetite regulation by carbohydrate: role of blood glucose and gastrointestinal hormones. American Journal of Physiology-Endocrinology And Metabolism, 271(2), E209-E214.

20) Suikerziekte

Wat is er wetenschappelijk bekend?

Diabetes is een chronische stofwisselingsziekte. In Nederland hebben circa één miljoen mensen diabetes. Zo’n 90% heeft diabetes type 2. Het verband tussen de totale inname van suikers en het risico op diabetes type 2 niet eenduidig. Wel adviseert de Gezondheidsraad om zo min mogelijk suikerhoudende dranken te drinken. Dit zijn frisdranken en fruitsappen, Zij vonden namelijk een samenhang tussen de inname van suikerhoudende dranken en het ontwikkelen van diabetes type 2. Naast overgewicht zijn weinig beweging, onevenwichtige voeding en roken andere belangrijke leefstijlrisicofactoren.

Concluderend: Er is geen wetenschappelijk bewijs dat suikerconsumptie op zichzelf de oorzaak van diabetes type 2 is. Het is belangrijk om het ontstaan van diabetes type 2 zoveel mogelijk te voorkomen, hiervoor zijn een gezond lichaamsgewicht, voldoende beweging en een evenwichtige voeding de belangrijkste factoren.

Bronnen:
1) Voedingscentrum. (2015). Diabetes type 2 (suikerziekte).
2) Gezondheidsraad. (2015). Richtlijnen goede voeding 2015.
3) Diabetesfonds. (2018). Complicaties van diabetes - hersenen.


April 2018

Reactie op ‘Suikerterugroepactie’ Diabetes Fonds

Read more

Op 4 april startte het Diabetes Fonds met de Suikerterugroepactie. Consumenten kunnen volgens het Diabetes Fonds product ‘terugbrengen’ die teveel suiker zouden bevatten. Het Diabetes Fonds wil zo een signaal afgeven richting de voedingsindustrie.

Volgens het Diabetes Fonds zitten niet in alleen frisdrank, koek en snoep veel suiker, maar ook in producten waar je ze niet verwacht. Producten met deze zogenaamde ‘verborgen suikers’ zitten met name in hartige producten, zoals groenteconserven, sladressings, vleeswaren en sauzen. Ze smaken niet (overduidelijk) zoet, dus verwacht men over het algemeen niet dat aan deze producten suiker is toegevoegd.

Hoeveel ‘verborgen suikers’ eten we?

Volgens het Diabetes Fonds krijgen we door de consumptie van dit soort producten alsnog veel suiker binnen. Volgens onderzoek van Wageningen University eten Nederlanders gemiddeld 4 gram ‘verborgen suikers’ per dag. Dit is slechts 1 suikerklontje en minder dan 1% van de totale dagelijkse energie-inname. De rest van de toegevoegde suikers (in totaal 71 gram) krijgen we binnen met het eten van producten waar men wel bewust is van de aanwezigheid van suikers: frisdrank, koek, snoep, etc.

Meer informatie over ‘verborgen suikers’, bekijk deze factsheet.

Suiker slechts deel van probleem

De focus op suiker in relatie met diabetes type 2 is onterecht. Diabetes type 2 wordt niet veroorzaakt door suiker per se. Het is ook geen specifieke risicofactor voor diabetes type 2. Wel kan het gebruik van veel suiker bijdragen aan overgewicht, een belangrijke risicofactor voor het ontwikkelen van diabetes type 2. Daarnaast leidt consumptie van vloeibare suikers (denk aan frisdrank en vruchtensap) gemakkelijk tot overconsumptie (ze verzadigen namelijk minder dan vaste suikers of vaste calorieën), hetgeen overgewicht veroorzaakt. Daarom adviseert de Gezondheidsraad om zo min mogelijk suikerhoudende dranken te drinken. Naast overgewicht zijn weinig lichaamsbeweging en roken belangrijke leefstijlrisicofactoren. Een gezond lichaamsgewicht, voldoende beweging en een evenwichtige voeding vormen de kern van een leefstijl die de kans op diabetes type 2 zo klein mogelijk houdt.

Meer informatie over suiker en diabetes, bekijk deze position paper.

Bekijk hier de volledige reactie. 

 

March 2018

EFSA keurt claim voor koolhydraatrijke sportdranken goed

Read more

Op 13 maart 2018 keurde EFSA, de Europese Voedselveiligheidsautoriteit een gezondheidsclaim voor koolhydraatrijke sportdranken goed. Voortaan mogen fabrikanten vermelden dat deze dranken de sportprestatie bij hoog-intensieve en langdurige inspanningen verbeteren.

Koolhydraatrijke dranken

Met koolhydraatrijke sportdranken worden dranken bedoeld die glucose bevatten of een mengsel van glucose en fructose (fruitsuiker), sacharose (tafelsuiker)  en/of maltodextrinen. De volledige onderbouwing van de claim voor deze dranken lees je hier.

Eerder keurde de EFSA al claims goed voor koolhydraat-elektrolytenoplossingen:

  • ze bevorderen het uithoudingsvermogen bij duursport.
  • ze vergroten de opname van water tijdens lichamelijke inspanningen.

Het gebruik van claims is in de Europese wetgeving geregeld. Dit houdt in dat fabrikanten alleen voedings- en gezondheidsclaims mogen gebruiken als deze op de Europese lijst van goedgekeurde claims voorkomt.

February 2018

Was er ooit een suikersamenzwering?

Read more

In de jaren 80 implementeerde de Amerikaanse overheid een laag-vet campagne met als doel haar burgers te beschermen tegen hart- en vaatziekten. Auteurs Johns en Oppenheimer van dit artikel halen recente verdachtmakingen onderuit dat de suikerindustrie de bewijslast voor de link tussen suiker en hart- en vaatziekten in de jaren 60 bagatelliseerde en zo de overheid richting een voedingsbeleid tegen vet stuurde. 

Recente verdachtmakingen

De verdachtmakingen werden in september van 2016 geuit door onderzoekers van de University of California. Ze vonden documenten die aantoonden dat de suikerindustrie mid jaren 60 Harvard-onderzoekers in het geheim hadden betaald een studie uit te voeren die de link tussen suiker en hart- en vaatziekten (HVZ) moest verdoezelen. In die tijd waren er twee theorieën over de oorzaak van HVZ: 1. ‘de suikerhypothese’, die HVZ toeschreef aan (over)consumptie van toegevoegde suikers en 2. ‘de vethypothese’ die uitging van totaal vet, verzadigd vet en cholesterol als voornaamste oorzaak van HVZ. Volgens de onderzoekers van de University of California domineerde de vethypothese na publicatie in 1967 van een door de suikerindustrie gesponsorde studie…Lees hier de volledige samenvatting.

January 2018

Suikerstroop nu ook Gegarandeerde Traditionele Specialiteit

Read more

De Europese Commissie heeft vrijdag 12 januari 2018 bekend gemaakt dat het typisch Nederlandse product Suikerstroop een beschermde status ‘Gegarandeerde Traditionele Specialiteit’ (GTS) heeft gekregen. 

Suikerstroop is van oudsher een bijproduct van de suikerraffinage. Het wordt verkregen uit de stroperige vloeistof die overblijft bij de bereiding van suiker uit suikerbieten. In het begin van de 17e eeuw werd suikerstroop handmatig geproduceerd. Sinds 1908 wordt het fabrieksmatig gemaakt en sindsdien is de methode ongewijzigd. Uniek is dat suikerstroop 100% uit bietsuiker is gemaakt. De stroop heeft een zoet-zoute smaak. De bescherming is toegekend vanwege de traditionele productiemethode en samenstelling.

Suikerstroop wordt veel gebruikt in traditionele streekgerechten zoals Groningse kruidkoek, bruine bonen met appeltjes en Limburgse Zoervleisj (zuurvlees). Basterdsuiker is al sinds 2013 een GTS en nu is de Van Gilse Suikerstroop dat ook. In Nederland hebben verder Boerenkaas en de Hollandse Nieuwe deze beschermde status.

October 2017

Uitspraak over verband suiker en kanker sterk genuanceerd

Read more

Onlangs publiceerden Vlaamse wetenschappers een laboratoriumstudie waarin zij een versnelde suikerafbraak door tumorcellen onderzoeken en hoe dit leidt tot de groei van kanker. Een van de betrokken onderzoekers Johan Thevelein, beweerde vervolgens in de media dat kankerpatiënten beter op een suikervrij of suikerarm dieet kunnen overgaan. Het onderzoek zelf bevestigt deze uitspraak niet en de bewering is volgens verschillende oncologen voorbarig en onjuist. [In het onderzoek gaat het specifiek om glucose, niet om suiker (sacharose) per sé.]

Onjuiste uitspraak

In de Belgische krant De Morgen geven vooraanstaande oncologen de volgende kritiek op de uitspraak van Thevelein:

  • Het is erg voorbarig om resultaten vanuit celbiologisch onderzoek in een laboratorium te generaliseren naar de klinische praktijk. Daarvoor is meer onderzoek nodig. Om iets te kunnen zeggen over het effect van suiker in de voeding van kankerpatiënten zou je de overlevingskansen van twee groepen kankerpatiënten moeten vergelijken, de ene groep met een suikerrijk en de ander met een suikerarm dieet.

  • Kankercellen zijn heel flexibel: als je suikers weg zou nemen van kankercellen gaan deze cellen op zoek naar een andere brandstof, bijvoorbeeld vet. Dit is in eerder onderzoek aangetoond.

  • De behandeling van kankerpatiënten is zwaar. Het is belangrijk dat ze voldoende voedingstoffen (inclusief energie) binnenkrijgen. Door het schrappen van suiker uit hun dieet kan het gevaar bestaan dat de patiënt te veel verzwakt. Dit komt de behandeling niet ten goede.

Lees hier het volledige artikel in De Morgen.

Suikervrij dieet geen zin

Een andere kritisch artikel over de uitspraak van de Vlaamse onderzoeker geeft aan dat het suikerverbruik (lees glucoseverbruik) van een tumor zeer klein is (minder dan 2 gram per 100 gram tumorweefsel) in verhouding met de dagelijkse koolhydraatinname (zo’n 250-300 gram per dag) plus de glucose die ons lichaam zelf aanmaakt uit voornamelijk leverglycogeen (zo’n 200 gram per dag, ook met een suikervrij dieet). Voor een kankerpatiënt heeft een suikervrije dieet dus geen enkele zin. [Een suikervrije dieet heeft in dit geval dus ook betrekking op koolhydraten in het algemeen, aangezien koolhydraten door het lichaam worden omgezet tot bloedglucose. Bloedglucose komt uiteindelijk bij de tumor terecht.]

Conclusie

De resultaten van dit onderzoek hebben geleid tot ongefundeerde uitspraken van een van de betrokken onderzoekers, hetgeen veel verwarring schept voor kankerpatiënten en consumenten. Het is nooit aangetoond dat een suikerarm of suikervrij dieet heilzaam werkt bij kankerpatiënten. Bovendien geven vooraanstaande oncologen aan dat het schrappen van suiker uit het dieet van patiënten niet effectief is in de behandeling tegen kanker en zelfs risico’s met zich meebrengt.

August 2017

Nieuwe beweegrichtlijnen Gezondheidsraad

Read more

Volgens de nieuwe beweegrichtlijnen, die op 22 augustus 2017 verschenen, zouden volwassenen wekelijks ten minste twee en een half uur matig intensief moeten bewegen en kinderen dagelijks minstens een uur.

Ook adviseert de Gezondheidsraad voor beide groepen spier- en botversterkende activiteiten, zoals krachttraining. Voldoende bewegen verkleint het risico op hart- en vaatziekten, diabetes en depressieve gevoelens. Bij ouderen verlaagt bewegen bovendien het risico op botbreuken en verbetert het de loopsnelheid en spierkracht. Ook voor kinderen is voldoende beweging belangrijk, omdat het de kans op depressieve symptomen vermindert en het de botkwaliteit, spierkracht en fitheid verbetert. 

Meer weten? Kijk hier

Bron: Gezondheidsraad – Beweegrichtlijnen 2017